Heb je vragen, of wil je je verhaal kwijt?

Bel Vief op 085 401 36 71 of stuur een e-mail

Ik heb hulp nodig, waar kan ik terecht?

Om mensen te helpen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen wonen, hebben we in Nederland de Wet maatschappelijke ondersteuning. Hier kun je terecht voor heel veel soorten ondersteuning en hulp(middelen). Dat klinkt Vief natuurlijk als muziek in de oren. Maar we horen ook vaak hoe ingewikkeld het is om die hulp te krijgen. Hoe lastig het aanvragen is. Dus doken we erin en zochten het voor je uit. Ga er maar even goed voor zitten …

Okee, als je vastloopt en hulp nodig hebt, kun je bij dus de overheid aankloppen. Iemand die je huis komt schoonmaken, de ramen zeemt en/of de was voor je doet. Of die je helpt met de administratie of belastingaangifte. Maar ook als je vereenzaamt doordat je de deur niet meer uitkomt, of wanneer je een scootmobiel of een traplift nodig hebt. Al die hulp is geregeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Nou ja, niet altijd - daar komen we zo op terug. Het doel van de wet is om ‘mensen met een ziekte of beperking zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen’. Zo staat het op website van de Rijksoverheid. De gemeente is sinds 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo. Dus voor hulp moet je daar een aanvraag doen. Vrij overzichtelijk allemaal, toch?

Verschillende zorg, verschillende wetten

Nou, nee dus. Want verschillende soorten zorg en hulp zijn geregeld in aparte wetten. Vanuit welke wet jouw zorg, ondersteuning of hulpmiddel betaald wordt, hangt af van je zorgvraag en je situatie. Je krijgt eigenlijk bijna nooit vergoedingen vanuit meerdere wetten en je kunt ook niet zelf kiezen vanuit welke wet je de zorg of vergoeding krijgt. Hoewel we het hier vooral willen hebben over de Wmo, kunnen we er niet omheen eerst het grotere plaatje te schetsen. Laten we dus om te beginnen de verschillende wetten even op een rij zetten. Niet schrikken, het zijn er ‘maar’ drie. 

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

De Wmo biedt zoals gezegd maatschappelijke ondersteuning. Dat betekent: hulp om zelfstandig te blijven wonen en mee te doen in de samenleving. Kort gezegd komt het erop neer dat je via de Wmo een vergoeding kunt krijgen voor alle ondersteuning in en om het huis, zoals aanpassingen in je woning, huishoudelijke hulp en vervoersvoorzieningen. Ook ondersteunt de Wmo zaken als mantelzorg (hulp van familie en vrienden), vrijwilligerswerk en voorlichting. Voor hulp vanuit de Wmo moet je een aanvraagprocedure doorlopen bij de gemeente. Daarover straks meer. 

De Zorgverzekeringswet (Zvw)

Hulpmiddelen die je nodig hebt voor behandeling, verpleging, revalidatie en verzorging, worden vergoed door je zorgverzekering. Dit gaat bijvoorbeeld om een verstelbaar bed, een hoortoestel of incontinentiemateriaal. Als je zorg of verpleging nodig hebt met een medische noodzaak, is dat geregeld in de zorgverzekeringswet (Zvw). Je vraagt wijkverpleging aan bij een thuiszorginstelling en het wordt betaald door de zorgverzekeraar. Sommige middelen vallen onder je verplichte eigen risico. Zowel Wmo-ondersteuning als wijkverpleging krijg je voor een bepaalde tijd. Als je daarna nog zorg nodig hebt, moet je opnieuw een aanvraag doen. 

De Wet langdurige zorg (Wlz)

Heb je de rest van je leven langdurig intensieve zorg nodig? Dan kom je terecht bij de Wet langdurige zorg (Wlz). Om het ingewikkeld te maken: de zorgvormen kunnen hier dezelfde naam hebben als in de Wmo (bijvoorbeeld ‘begeleiding’) en de Zvw (bijvoorbeeld ‘verpleging’). En om het nog iets ingewikkelder te maken: niet iedereen die intensieve zorg nodig heeft, krijgt een indicatie voor de Wlz. Soms komt intensieve zorg vanuit de Zvw. Bijvoorbeeld als je zelf goed kunt beoordelen wanneer je hulp op moet roepen, lichamelijk in staat bent die hulp op te roepen en er niet direct een gevaarlijke situatie ontstaat als je iets langer op hulp moet wachten. 

In het plaatje hieronder hebben we de verschillende routes sterk vereenvoudigd weergegeven. Op de website van de Rijksoverheid vind je hierover nog meer informatie. 

Persoonsgebonden budget of Zorg in natura

Of je nu zorg of hulp aanvraagt bij de gemeente, het zorgloket of de zorgverzekeraar, bij je aanvraag moet je vaak al laten weten of je die zorg via Zorg in natura (ZIN) of via een persoonsgebonden budget (pgb) wilt. Kies je voor Zorg in natura? Dan bepaalt de gemeente, het zorgkantoor of de zorgverzekeraar welke zorgorganisatie of leverancier jou zorg of voorziening levert. Meestal heb je de keuze tussen een paar partijen waarmee jouw gemeente een overeenkomst heeft. Bij een persoonsgebonden budget bepaal je zelf bij wie je de zorg of voorziening inkoopt. Je hebt zelf de regie over je eigen zorg. Je koopt je voorziening (zoals een rolstoel of rollator) zelf in of je regelt de aanpassing van je huis met het bedrag dat je krijgt. Op deze website lees je er meer over. Onder andere hoe je ZIN en pgb met elkaar kunt combineren. Want ja, dat kan dus in sommige gevallen. 

Algemeen of maatwerk

Terug naar de Wmo. Deze kent twee soorten ondersteuning, ook wel ‘voorzieningen’ genoemd. Een algemene voorziening is er voor iedereen. Denk hierbij aan bijeenkomsten in het buurthuis, de boodschappenbus of de maaltijdservice. Of bijvoorbeeld vervoer voor iedereen van 75 jaar en ouder. Een maatwerkvoorziening is afgestemd op één persoon. Bijvoorbeeld een scootmobiel of hulp bij de administratie. 

Hoe werkt de aanvraag

Als jouw voorziening moet komen uit de Wmo, is per gemeente anders geregeld waar en hoe je de aanvraag moet doen. Sommige gemeenten doen dit zelf, anderen besteden het uit aan een uitvoerder. Sommige gemeenten hebben een fysiek loket, anderen werken met een digitaal formulier, weer anderen komen altijd langs voor een keukentafelgesprek en om de indicatie te stellen. Hoewel verschillende gemeenten het dus op verschillende manieren aanpakken, ziet het proces er stap voor stap ongeveer zo uit: 

  1. Je maakt een melding bij het Wmo loket van jouw gemeente. Dat kun je meestal online doen via de website van de gemeente. Je kunt natuurlijk ook telefonisch contact opnemen met het sociale loket van jouw gemeente. 
  1. De gemeente onderzoekt je persoonlijke situatie, kijkt welke problemen je ondervindt en wat de beste hulp in jouw situatie is. Ook kijken ze naar wat je zelf nog kunt, al dan niet bijgestaan door buurtgenoten, vrienden of familie. Dit doen gemeenten allemaal op hun eigen manier. Vaak vindt er een keukentafelgesprek plaats. In deze brochure lees je waar je tijdens dat gesprek op moet letten. 
  1. Heb je bericht hebt gekregen van de gemeente over je kansen (dat moet binnen zes weken), dan dien je een officiële aanvraag in. De gemeente moet na ontvangst binnen maximaal twee weken officieel hun beslissing schriftelijk aan je doorgeven. Als de voorziening afgewezen wordt, kun je hier bezwaar maken tegen de afwijzing.
  1. Je kunt vaak kiezen of je gebruik wilt maken van een persoonsgebonden budget (pgb) of hulp in natura (zie hierboven). Dit doe je in overleg. Voor hulp vanuit de Wmo betaal je een eigen bijdrage, het abonnementstarief. De eigen bijdrage bedraagt maximaal 19 euro per maand. De eigen bijdrage kan ook lager uitvallen. Hier lees je er alles over. 

Tip van Vief

Duizelt het je een beetje na al die termen, stappen en termijnen? Heel begrijpelijk. We werden er zelf ook wel een beetje tureluurs van. Wist je dat je recht hebt op de hulp van een onafhankelijk cliëntondersteuner in dit soms toch wel ingewikkelde proces? Hieraan zijn geen kosten verbonden. Vraag er dus altijd naar bij jouw gemeente! 


Meest gelezen